In zijn artikel van 11 april zet Thom uiteen dat wij in een Too Big To Fail-economie leven. Het belangrijkste kenmerk van dit soort economie is dat de overheid ingrijpt in de markt door steun te geven aan bedrijven. Zonder deze steun zouden de bedrijven failliet gaan. De interventies van de overheid betekenen per definitie dat er geen sprake kan zijn van een vrije markt voor kapitaal.

De oplossing lijkt dan simpel: laat het Too Big To Fail-principe los en geef de vrije markt haar kans. Organisaties, instellingen of ondernemers zullen voor het nemen van risico gestraft worden omdat de markt dit uiteindelijk corrigeert. Echter weten wij wel wat een vrije markt is?

Korte geschiedenis van de “vrije” markt:

De vrije markt staat in de geschiedenis van de moderne economie (die ongeveer rond 1750 begint, ten tijde van de industrialisatie) al centraal. De onzichtbare hand van Adam Smith is een bekende term uit deze tijd. Toch blijkt dat met een kritische blik op deze periode de economie niet zonder overheid had kunnen functioneren. De overheid had in deze tijden een aantal belangrijke functies:
1. Het handhaven van het privé-eigendom, zodat ondernemers verzekerd waren van het feit dat anderen er niet met hun goederen vandoor zou gaan;
2. Het creëren van geld middels de centrale bank. De centrale banken waren in deze tijden simpelweg een verlengstuk van de overheid;
Daarnaast introduceerde vele landen in de loop van de 19e eeuw de goudstandaard, waarin de overheid een belangrijke rol speelt omdat zij de bewaarder is van het goud.

Hierna kan een sprong gemaakt worden naar de jaren ’70 van de vorige eeuw. In de tussenliggende periode, is de invloed van de overheid op de markten dusdanig dat deze nooit vrij zijn geweest.

In de jaren ’70 van de vorige eeuw was er, door verscheidene economische problemen, een schreeuw naar de vrije markt. onder leiding van Ronald Reagan en Margareth Thatcher begonnen in de jaren ’80 het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten aan een periode waarin zij van mening waren de overheidsbemoeienis te minimaliseren. Bedrijven werden geprivatiseerd en belastingen verlaagd. De markt moest vrij spel krijgen om de welvaart te laten stijgen. Ondanks deze voornemens was er onder geen beding sprake van een vrije markt. De overheid hield zich nog bezig met de volgende zaken:
1. Door het opheffen van de goudstandaard in 1971 waren overheden constant bezig met het interveniëren in de valutamarkt;
2. Centrale banken waren nog steeds een verlengstuk van overheden. Hiermee had een overheid controle over de rente en de in omloop zijnde munten en bankbiljetten.

De vrije markt en haar controle

Wat valt er nu te zeggen over de vrije markt op basis van deze beknopte uiteenzetting? De belangrijkste conclusie is mijns inziens dat de vrije markt nooit heeft bestaan. Derhalve kunnen wij nooit bepalen of de vrije markt gaat leiden tot een mooier systeem. Er is immers geen referentiemateriaal om dit te bepalen. Dit maakt de vrije markt tot een experiment en niet een concrete oplossing voor de problemen die zich voordoen. Een controle oplossing ligt ook niet voorhanden.

Hoezo spreekt men dan nu toch alsof wij leven in deze vrijemarkteconomie? Tegenover het idee van vrij, staat het idee van controle. Door de economie te bestempelen als een vrije markt kan het signaal worden afgegeven dat de economie is te controleren. Hierin neemt de overheid het voortouw: zij probeert het idee van economische controle te verspreiden en te bevestigen. Middels ingrijpen in de economie probeert een overheid te laten zien dat zij verstand heeft van de economie. Er kan immers alleen controle zijn, wanneer je iets begrijpt.

Het mooiste voorbeeld van ingrijpen op dit moment is het steunpakket van de overheid ten behoeve van de coronacrisis. Met een dergelijk steunpakket geeft de overheid het signaal af dat zij weet hoe de economie (en daarmee de vrije markt) is te controleren. De overheid geeft het signaal af dat zij begrijpt wat de economie nodig heeft om verder te gaan. De overheid geeft aan haar burger het signaal af dat zij in controle is.

De coronacrisis onderschrijft derhalve dat de vrije markt nooit heeft bestaan. Het idee van controle naar zichzelf en haar burgers toe is van veel groter belang voor de overheid. Toch moet het idee van controle juist nu ter discussie worden gesteld. Want als er controle zou zijn, waarom zou een crisis dan leiden tot zoveel stress om het voortbestaan van die genoemde economie.

De coronacrisis laat derhalve ook zien dat de controle over de economie nooit heeft bestaan. De overheid is er immers recentelijk nooit in geslaagd de economie juist te benoemen. Stel daarbij de vraag: hoe kan je iets controleren wat je niet eens kunt benoemen?