Vandaag de dag is de dollar de meest gebruikte en daarom de belangrijkste munt ter wereld, maar wat geeft de dollar eigenlijk waarde? In essentie is een dollar toch niet meers dan een door de Amerikaanse overheid uitgegeven bankbiljet. Een stukje papier waar wat getallen op zijn gedrukt. Hoe is het mogelijk dat we zijn gaan geloven dat een door de Amerikanen bedrukt papiertje zoveel meer waard is dan het daadwerkelijke stukje papier zelf? Deze tweedelige serie staat in het teken van het beantwoorden van die vraag.

In het eerste deel gaan we kijken naar de geboorte van de dollar, want daar ligt de oorsprong van dit prachtige sprookje. Oorspronkelijk was de munt namelijk bedacht als dé oplossing voor de tekortkomingen van goud.

Probeer je maar eens in te denken hoe het moet zijn om bij de lokale koffieboer je cappuccino af te rekenen met goud. Eerst moet je het voor elkaar krijgen om een stukje af te breken dat precies zoveel waard is als de cappuccino, vervolgens moet je nog even bewijzen dat het echt goud is en last but not least moet je dus altijd goud op zak hebben om spullen te kunnen kopen. Kortom, niet handig. De dollar moest deze problemen oplossen door het papieren equivalent van goud te worden. Goud vertegenwoordigt door een stukje papier.

Maar om dat te laten werken moet men wel de Amerikaanse overheid vertrouwen. De Amerikanen garandeerden tenslotte dat je jouw dollars te allen tijde bij hen kon inwisselen voor een vaste hoeveelheid goud. De dollar was daarmee as good as gold.

Het begin van het sprookje

Het verhaal van de door goud gedekte dollar begon met de Gold Standard Act van 1900 waarin werd vastgelegd dat goud het enige metaal was dat omgewisseld kon worden met de dollar; voor 1 gram goud kreeg je ongeveer $0,73 en andersom. Het was de aftrap van het dollarsysteem met goud als anker voor de waarde van de gloednieuwe munt die de wereld tot op de dag van vandaag zou domineren. Het duurde echter niet lang voordat de eerste haarscheurtjes in het systeem zouden opdoemen. De Amerikanen kregen al snel moeite om de vastgelegde ruilverhouding in stand te houden.

Er ontstond twijfel over de houdbaarheid van de ruilverhouding tussen goud en de dollar met een goud-hamsterende Amerikaanse bevolking als gevolg. Maar dit was natuurlijk niet de bedoeling. De goudvoorraad mocht niet in handen komen van het volk en dus besloot toenmalig president Roosevelt in te grijpen. Met de presidentiële Executive Order 6102 stelde Franklink D. Roosevelt een verbod in op het oppoten van gouden munten, goud en goudcertificaten binnen de continentale Verenigde Staten. Hij besefte maar al te goed dat het goud de enige reden was voor de macht van de Verenigde Staten en dus werden alle Amerikanen verplicht om hun goud aan de overheid terug te verkopen tegen de vaste prijs van $0,73 per gram. Deed je dat niet? Dan hing je een fikse boete of zelfs een gevangenisstraf van 5 tot 10 jaar boven het hoofd. Tja… dat is natuurlijk ook een manier om de waarde van een nationale valuta af te dwingen.

Kort hierna kon Roosevelt toch met een veiliger gevoel toegeven dat de waarde van de dollar ten opzichte van goud enigszins was afgenomen. In 1934 vond een herwaardering van goud plaats en betaalde je voor 1 gram goud ineens $1,23 en andersom. De herwaardering van goud was een aanmoediging voor goudzoekers om de productie te verhogen en richting de Verenigde Staten te sturen. De Amerikaanse goudvoorraden werden hierna in rap tempo opnieuw aangevuld.

Dan maken we de sprong naar de laatste dans die de dollar met goud heeft gemaakt, de beruchte Bretton Woods conferentie van 1944. Hier werd een akkoord gesloten over de invoering van een stelsel van vaste wisselkoersen tussen verschillende nationale valuta. Mét de bijzondere kanttekening dat alleen de dollar inwisselbaar was voor een vaste hoeveelheid goud bij de Amerikaanse centrale bank. Alle andere valuta kregen een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar. Indirect betekende dit een herinvoering van de wereldwijde goudstandaard. Alle nationale valuta werden gekoppeld aan de dollar en de dollar op zijn beurt aan goud. Hiermee werd de dollar officieel de belangrijkste munt ter wereld, het anker van het internationale valutastelsel. Best lekker als je als land de volledige macht hebt over die munt.

Het onvermijdelijke einde van Bretton Woods

Het Bretton Woods-systeem heeft een belangrijke rol gespeelde in de snelle wederopbouw van de wereld na de tweede wereldoorlog. Er was alleen één groot probleem met het systeem; de Verenigde Staten hadden de macht om onbeperkt dollars bij te drukken. Het volledige internationale valutasysteem hing aan het zijden draadje genaamd vertrouwen. Het vertrouwen van de wereld in het monetair beleid van de Amerikanen.

Dat ging even goed, totdat de Amerikanen zich vanwege de Vietnamoorlog genoodzaakt zagen vele dollars bij te drukken om het oorlogsgeweld te financieren. Dit zorgde bij veel deelnemende landen voor over de daadwerkelijke waarde van de dollar en op sommige plekken in de wereld werd de dollar in onderhandse deals al tegen een lagere koers verhandeld. Langzaam maar zeker verloor de wereld het vertrouwen in de dollar en maakten landen de vast koers van hun nationale valuta ten opzichte van de dollar ongedaan.

Regeringen, waaronder Nederland, begonnen vanaf 1970 massaal hun dollarvoorraden in te wisselen voor goud. De eens zo grote goudvoorraad van de Verenigde Staten begon in rap tempo te krimpen en kreeg in 1971 een enorme klap toen het Verenigd Koninkrijk besloot drie miljard dollar in te wisselen voor goud. Dit was voor de Amerikanen de druppel, er moest iets veranderen. De goudstandaard moest losgelaten worden om de goudvoorraad in stand te houden. Uiteindelijk was het president Nixon die in 1971 een definitief einde maakte aan de koppeling tussen de dollar en goud. De dood van het Bretton Woods systeem, het einde van een door goud gedekte dollar.

De bijzondere dominante positie van de ongedekte dollar

Met het beëindigen van Bretton Woods in 1971 was de dollar officieel verworden tot een ongedekte munt. In de loop van de 20e eeuw heeft dit monetaire monster de transitie gemaakt van een door goud gedekte munt naar een door schuld gedekte munt. Maar hoe is het mogelijk dat de dollar, en daarmee ook de Verenigde Staten, tot op de dag van vandaag een dominante rol in de wereld hebben weten te behouden?

Hoe is het mogelijk dat de dollar nog waarde heeft terwijl er niets is wat de waarde van de munt nog waarborgt? Zolang de inflatie geen extreme vormen aanneemt en de mensen gewoon hun boodschapjes kunnen doen worden dit soort vragen blijkbaar niet gesteld. Is de waarde van de dollar dan echt een collectieve hallucinatie? Heeft de dollar echt alleen maar waarde omdat wij geloven dat de dollar waarde heeft, of is er meer aan de hand?

In het tweede en laatste deel van deze reeks over de belangrijkste valuta ter wereld zal een diepere analyse gemaakt worden van de waarde van de dollar in een wereld na Bretton Woods. In een wereld waarin de Amerikaanse munt niet langer is gedekte door goud.